Aandacht voor ambitie

“Toch doet ons onderwijs ook voor meisjes iets verkeerd. Want die mogen dan massaal de diploma’s binnenslepen, wat doen ze ermee? Hun schoolsucces heeft niet geleid tot een stormachtige verovering van de macht. In topfuncties in het bedrijfsleven en de wetenschap zijn vrouwen nog steeds bedroevend slecht vertegenwoordigd. Kennelijk leren meisjes niet dat ze competitief en ambitieus mogen zijn.”
– Aleid Truijens, ‘Competentieleren krijgt de doodsteek’ in: de Volkskrant, 28 november 2015.

Ik word zo moe van zich beklagende vrouwen dat er niet genoeg vrouwen in topfuncties zijn. Enerzijds omdat iedere vrouw nu eenmaal voor zichzelf de keuze maakt of ze een topfunctie wil of niet, maar ook omdat iedereen het liefst gisteren dan vandaag die vrouwen aan de top ziet.

Eerder in het stuk geeft Truijens aan dat het persbericht over competentieleren wel van 10 jaar geleden leek. Ik heb een rooskleurig beeld van de arbeidsmarkt, maar volgens mij kom je in zowel het bedrijfsleven als de wetenschap met 10 jaar ervaring nog maar ‘net’ kijken, en kan je wel op weg zijn naar een topfunctie, maar ben je er nog niet. Het is niet voor niets dat de mensen in deze functies vaak 50+ zijn. Ze hebben een lange aanloop nodig gehad.

Dat ze nu nog niet aan de top staan, betekent niet dat vrouwen die ambitie niet hebben. Om me heen zie ik genoeg vrouwen die de top gaan halen. Zij zijn nu nog student, promovendus, trainee, of junior. Door bestuursjaren, stages en vrijwilligerswerk hebben ze echter al meer ervaring en inzicht in hun ambities dan je ze voor de rol die ze hebben zou geven.

Ik ken vrouwen die naast hun fulltime baan 3 bestuursfuncties hebben en hun hand niet omdraaien voor het opzetten van een nieuw netwerk. Vrouwen die een promotieplek in de wacht hebben gesleept omdat ze met vernieuwend onderzoek bezig zijn. Vrouwen die visie hebben op de ontwikkeling van hun vakgebied en hun plaats op de arbeidsmarkt en niet afwachten of het zal uitkomen maar zelf de touwtjes in handen nemen. Vrouwen die als het even kan morgen het vliegtuig naar het buitenland pakken om de misstanden in de wereld op te lossen. Vrouwen die door de top van hun vakgebied als talent onderscheiden worden.

Natuurlijk zijn er ook zat vrouwen die andere keuzes maken. Dat is prima, die keuzevrijheid hebben ze. Maar vlak de ambitieuze vrouwen niet bij voorbaat al uit. We komen eraan. Het is misschien niet over 10 jaar dat we aan de top staan, maar over 25 jaar vieren we gezamenlijk onze successen. Want dat we succesvol zullen worden, daar twijfelen we niet aan.

Een halfjaar HRM

Ik werk nu een halfjaar bij de afdeling HRM/Communicatie. Had ik verwacht dat ik deze kant op zou gaan? Nee. Ik –historicus- zag mezelf wel ‘iets’ achter de schermen doen op een universiteit, om te zorgen dat al het onderwijs en onderzoek goed verloopt en dat de faculteit goed inspeelt op plannen van het CvB, of ‘iets’ in de culturele sector. ‘Iets’ bij een gemeente, ‘iets’ waarbij ik kan schrijven.

En toen kwam deze functie voorbij. Trainee. Ik pitchte waarom ik dacht dat ik een goede match zou zijn en werd uitgenodigd voor de selectiedag begin april. “We selecteren voor drie opdrachten bij HRM” hoorde mijn selectiegroep aan het eind van de dag. Op de selectiedag vond ik al dat één van de opdrachten me op het lijf geschreven was. Maar HRM? Waarom dachten ze dat ik goed tot m’n recht zou komen bij HRM? Wat ìs HRM?

Boeien en binden, generatiemanagement, talentmanagement, kernkwaliteiten. Directievergaderingen, managementteams, afkorting na afkorting na afkorting. Opdrachtgeverschap, stakeholder engagement. Businesspartners, adviseurs, staf. Al snel duizelde het me en het duizelt me soms nog steeds.

Na zes weken had ik nog steeds geen idee. “Iets met mensen en de organisatie,” zei ik als iemand me vroeg wat HRM dan precies doet. Na een half jaar weet ik: de basis is mensen; zijn er genoeg, worden ze goed gefaciliteerd en welke richting gaan ze op. Maar ook organisatieontwikkeling is een onderdeel van HRM: welke kant wil je als organisatie op en welke stappen ga je zetten om daar te komen?

Ik heb geweldige workshops gevolgd over eigenaarschap en lean six sigma. Nuttige workshops over versimpelen en projectmanagement. Maar bovenal ben ik keer op keer tegen mijn eigen grenzen aangelopen en heb ik deze telkens weer een stukje verlegd.

Want was het niet “Wat is HRM en wat doe ik hier?” dan waren het senior collega’s die een heel ander idee van de loop van mijn project hadden dan ik. Die liever een hele andere insteek zouden zien. En blijf dan maar bij je standpunt. Dat is moeilijk, en het heeft ook even geduurd voordat ik kon zeggen, “dit is mijn project en ik doe het op mijn manier”. En het komt er nog steeds niet luidkeels uit, maar al een heel stuk luider dan een halfjaar geleden.

Ik leer hier zoveel en zo snel. Begin juni hadden we een heidag, waar ik met open mond heb zitten luisteren. Waar hádden die mensen het over? Echelons? Lijnverantwoordelijkheid? Wat? Ik, als trainee aangenomen voor mijn frisse blik, kwam niet verder dan ‘eh’ en ‘um’ en een sporadische opmerking tussendoor waarvan ik twijfelde of ik het wel begrepen had. En dan nu. Een aantal weken geleden zaten we weer op de hei. Toen zag ik voor het eerst hoeveel ik gegroeid was. Ik zei dingen. Zinnige dingen, vond ik zelf. De dag erna kreeg ik de bevestiging. Ik had inderdaad zinnige dingen gezegd.

Het ontwikkelen gaat door. Want ik doe nu zelfstandig vooronderzoek voor een notitie en ga deze ook zelf schrijven. Natuurlijk vraag ik hierbij om hulp, want op een aantal adviesstukken op de universiteit na heb ik hier geen ervaring mee. Hoe ga ik op basis van 30 interviews aanbevelingen doen? Het lijkt een beetje op mijn scriptie maar vooral ook heel erg niet. Het verschil met een aantal maanden geleden is dat ik steeds meer besef dat ik ook om hulp mag vragen, dat hulp vragen niet betekent dat ik een sukkel ben die het niet snapt.

Het leuke is: ik doe ‘iets’ achter de schermen van een overheidsorganisatie. Geen gemeente en geen universiteit, maar wél werk dat te maken heeft met organisatieontwikkeling. Ik doe ‘iets’ met schrijven en dat ‘iets’ in de culturele sector dat doe ik op vrijwillige basis ernaast bij de te gekke stichting Jonge Historici. Zit ik dan toch goed op mijn plek hier?

Blijf ik in het vakgebied, als mijn traineeship is afgelopen? Geen idee. Het enige wat ik daarover kan zeggen is dit: eind september gaf ik met een aantal collega’s een workshop. En toen een van hen ons omschreef als “de blonde meisjes van HRM” dacht ik voor het eerst niet “huu HRM laat me met rust” maar “hee, HRM. Dat is toch wel leuk”.