2016: Het jaar van de onzekerheid

Weer een jaar voorbij. 2016 begint min of meer hetzelfde als 2015: het zoeken naar vacatures en het schrijven van sollicitatiebrieven. Verschil is wel dat ik nu vanuit een baan solliciteer, in plaats vanuit werkloosheid.

De onzekerheid is hetzelfde. Ik heb geen idee hoe het komende jaar er uit gaat zien. Goed, ik weet dat mijn contract loopt tot eind april, maar dan? En zelfs daarvoor: stroom ik eerder uit naar een andere baan? En waarheen dan? Hoe ga ik de laatste maanden van mijn traineeship inrichten?

Het is altijd zo makkelijk geweest. Tot 2014 heb ik altijd geweten hoe het volgende jaar eruit zou zien. Weer een jaar (middelbare) school. Nog maar een jaar studeren, geen idee welke vakken ik zou volgen maar ruwweg wist ik dat ik ieder semester 30 ECTS moest halen en dat ik vooruit ging.

De vooruitgang moet nu vooral uit mezelf komen. Ontwikkelplannen, trainingen en goede voornemens helpen daarbij, maar kunnen de onzekerheid niet wegnemen. Want hoe 2016 er uit zal zien, ligt vooral aan mijn eigen inzet.

Gisteren was ik na twee weken vakantie weer op kantoor. De beste wensen vlogen me om de oren, met daarbij de toevoeging: “dat 2016 maar een succesvol jaar mag worden”. De trainees wensten elkaar onderling “dat we maar allemaal een nieuwe baan mogen vinden”.

Het voelt als het moment van de waarheid: het contract loopt nog vier maanden. Ik voelde de druk al sinds ik in september afsprak “1 februari hebben we een andere baan”. Die deadline lieten we in december los, omdat 1 februari toch al heel snel dichterbij kwam. Nu is er de deadline van 1 mei, en deze kunnen we niet loslaten.

Tijd om me vol in te zetten op een nieuwe baan. Een baan waarin ik op projectbasis kan werken, waarin ik kan schrijven, waarin ik mag presenteren en workshops of trainingen kan geven. Ik wil me verder ontwikkelen, ik wil me inzetten voor onderwijs en emancipatie, voor een beter arbeidsmarktperspectief. Dat dit mijn thema’s zijn wordt steeds meer bevestigd. In welke vorm ik dit ga gieten: voorlopig onbekend. Weer die onzekerheid.

Ondanks de onzekerheid ga ik 2016 met een positief gevoel tegemoet. Dit wordt mijn jaar, net zoals 2015 uiteindelijk mijn jaar werd. Sowieso begin ik eind deze maand met een mooi nieuw project bij Jonge Historici (wordt vervolgd) en ook die nieuwe baan komt er. Daarnaast blijf ik hier vrolijk verder schrijven en ga ik (net als ruwweg 99% van Nederland) dit jaar écht meer sporten.

Op oudejaarsavond kreeg ik deze tekst doorgestuurd: Dear past, thank you for all the lessons. Dear future, I’m ready. Kom maar op, 2016, ik ben klaar voor je.

Voldoen aan (mijn eigen) verwachtingen

Is dat nieuw, dat we onze identiteit laten bepalen door onze baan?

‘Vroeger was dat toch eerder de uitzondering. Je had een aantal beroepen die beschouwd werden als een roeping, zoals leerkracht, priester of dokter. Nog niet zo heel lang geleden was het een wijdverspreid ideaal om voor de staat te werken. Goed loon, vaste positie, goed pensioen. Dat is een jaar of dertig geleden gekanteld. Nu is “ambtenaar” eerder een scheldwoord. Want we moeten allemaal een succesvolle ondernemer zijn, en het product dat we aan de man brengen, is onszelf. We moeten het druk hebben, anders betekenen we niks. […]’

– “Paul Verhaeghe pleit voor collectieve aanpak van burn-out. ‘We hebben het onszelf aangedaan’” in: de Standaard, 8 december 2015

Vorige week had ik mijn beoordelingsgesprek. Dit jaar hanteert mijn werkgever voor het eerst de zespuntsschaal, waarbij ‘voldoende’ het nieuwe ‘goed’ is (voldoet aan de verwachtingen/afspraken). ‘Ruim voldoende’ is ‘boven verwachting’. Mijn associatie met ‘voldoende’ is met de hakken over de sloot, net gehaald, de zesjescultuur.

Waar ik tegen aanloop, ook omdat ik mezelf volgens deze zespuntsschaal heb beoordeeld, is het gebruik van het woord ‘verwachting’. Presteer ik volgens verwachting?

Generatie Y staat erom bekend enorm hoge verwachtingen van zichzelf te hebben. Daarin ben ik niet anders. Dat maakte het invullen van de zelfbeoordeling lastig. Ik ben gewend om te reflecteren op mezelf (vijf jaar daltonschool waar je je gedrag bij ieder vak iedere periode moest reflecteren doet dat met je), maar hier sloeg de twijfel toe. Want welke verwachtingen had ik van mezelf?

Vorige week, tijdens een etentje met vrienden, hadden we het over ons werk. Tijdens gesprekken met andere trainees en mijn collega’s ben ik blij en trots op het werk dat ik doe. Maar tussen het eerste biertje en de curry met vrienden sloeg de twijfel toe. Zij vertelden over hun banen, die aansluiten bij de studies die ze gedaan hebben. Als ik met mijn vrienden praat wil ik niets liever dan terug de culturele sector in, daar zo nodig met niets beginnen en de ene werkervaringsplaats na de andere binnenslepen tot ik ergens mag blijven.

Wat ik vaak vergeet is dat ik zeer bewust de geschiedenis mijn rug toe heb gekeerd toen ik voor mijn master koos. Toch twijfel ik nog steeds of ik geen spijt heb van het niet halen van een MA Geschiedenis. Op dat moment was het de beste keuze, maar de twijfel blijft. En die twijfel voedt de vraag over welke verwachtingen ik van mezelf heb.

Het is lastig de verwachtingen die ik van mezelf heb te onderscheiden van de verwachtingen waarvan ik denk dat andere mensen die van me hebben. Het eerste dat mensen vragen als ik zeg dat ik historicus ben, is ‘wil je dan niet voor de klas?’ – nee, nee, nee, al ben ik jaloers op degenen die zo zeker weten dat ze leraar willen worden dat er zelfs geen andere opties in beeld zijn. Door alle verhalen van twintigers met toffe start-ups en hippe banen krijg ik het gevoel dat ik – met mijn (flex)bureau en wetende wat er aan het eind van de maand aan salaris wordt gestort – minder waard ben dan degene die achter zijn laptop bij een koffietentje zit en maar af moet wachten of deze maand de rekeningen betaald kunnen worden.

Het is een generatie Y-dilemma, zeggen ze. Het constant vergelijken met anderen maakt dat we constant onzeker zijn over het pad dat we kiezen. Keuzevrijheid zorgt voor keuzestress. Allemaal leuk en aardig, maar ik kom geen steek verder. Ik blijf zitten met een wirwar aan verwachtingen, niet wetende wat ik echt wil en of het klopt, wat ik denk dat hoort.

Aandacht voor ambitie

“Toch doet ons onderwijs ook voor meisjes iets verkeerd. Want die mogen dan massaal de diploma’s binnenslepen, wat doen ze ermee? Hun schoolsucces heeft niet geleid tot een stormachtige verovering van de macht. In topfuncties in het bedrijfsleven en de wetenschap zijn vrouwen nog steeds bedroevend slecht vertegenwoordigd. Kennelijk leren meisjes niet dat ze competitief en ambitieus mogen zijn.”
– Aleid Truijens, ‘Competentieleren krijgt de doodsteek’ in: de Volkskrant, 28 november 2015.

Ik word zo moe van zich beklagende vrouwen dat er niet genoeg vrouwen in topfuncties zijn. Enerzijds omdat iedere vrouw nu eenmaal voor zichzelf de keuze maakt of ze een topfunctie wil of niet, maar ook omdat iedereen het liefst gisteren dan vandaag die vrouwen aan de top ziet.

Eerder in het stuk geeft Truijens aan dat het persbericht over competentieleren wel van 10 jaar geleden leek. Ik heb een rooskleurig beeld van de arbeidsmarkt, maar volgens mij kom je in zowel het bedrijfsleven als de wetenschap met 10 jaar ervaring nog maar ‘net’ kijken, en kan je wel op weg zijn naar een topfunctie, maar ben je er nog niet. Het is niet voor niets dat de mensen in deze functies vaak 50+ zijn. Ze hebben een lange aanloop nodig gehad.

Dat ze nu nog niet aan de top staan, betekent niet dat vrouwen die ambitie niet hebben. Om me heen zie ik genoeg vrouwen die de top gaan halen. Zij zijn nu nog student, promovendus, trainee, of junior. Door bestuursjaren, stages en vrijwilligerswerk hebben ze echter al meer ervaring en inzicht in hun ambities dan je ze voor de rol die ze hebben zou geven.

Ik ken vrouwen die naast hun fulltime baan 3 bestuursfuncties hebben en hun hand niet omdraaien voor het opzetten van een nieuw netwerk. Vrouwen die een promotieplek in de wacht hebben gesleept omdat ze met vernieuwend onderzoek bezig zijn. Vrouwen die visie hebben op de ontwikkeling van hun vakgebied en hun plaats op de arbeidsmarkt en niet afwachten of het zal uitkomen maar zelf de touwtjes in handen nemen. Vrouwen die als het even kan morgen het vliegtuig naar het buitenland pakken om de misstanden in de wereld op te lossen. Vrouwen die door de top van hun vakgebied als talent onderscheiden worden.

Natuurlijk zijn er ook zat vrouwen die andere keuzes maken. Dat is prima, die keuzevrijheid hebben ze. Maar vlak de ambitieuze vrouwen niet bij voorbaat al uit. We komen eraan. Het is misschien niet over 10 jaar dat we aan de top staan, maar over 25 jaar vieren we gezamenlijk onze successen. Want dat we succesvol zullen worden, daar twijfelen we niet aan.